woensdag 12 november 2014

De zorgen zijn voor later


























Na elke operatie denk je voorbereid te zijn op wat er zal komen. “We hebben het al zoveel meegemaakt, we weten nu al hoe ze zal zijn en wat we moeten doen”, denk ik dan. Maar toch is het elke keer anders. De vorige keer deed ze alsmaar koorts en deze keer was het overgeven. Drie dagen aan een stuk overgeven op een lege maag. Hoeveel bedden hebben die arme verpleegster niet moeten verversen… Maar het wonder is alweer geschied. In nog geen week tijd is Lulu veranderd van dat ontroostbaar hysterisch wezentje naar de speelse brabbelde lachebek die we gewoon zijn.

Volgens de dokters zou Lulu een deeltje van haar gezichtsveld kwijt kunnen zijn, maar daar hebben we nog niks van gemerkt. Ze ziet volgens mij alles perfect. Dat er nog andere vormen van achterstand kunnen zijn door de operatie zoals problemen met spraak, rekenen en zo, dat zullen we pas op latere leeftijd merken of in het beste geval nooit. Want jonge hersentjes kunnen zich aanpassen. Dus veel zorgen maken we ons niet. De vreugde over Lulu’s vooruitgang is te groot.

Maar dat wil niet zeggen dat ik zorgenvrij ben. Lennie, een vroeger klasgenootje van mij, heeft een zus die al 2 jaar vecht tegen lymfeklierkanker. Na lange therapieën leek ze genezen te zijn, tot plots bleek dat ze hervallen was. (Je kan haar kansen vergroten door jezelf hier op te geven als stamceldonor, volledig pijnloos trouwens). Wat Lulu had in haar hoofd zou volgens “de verdomde folders” de neiging hebben terug te keren. Dat blijft soms in mijn hoofd spoken. Nu ja, spoken zijn normaal voor deze tijd van het jaar, hé, met Halloween en al ;-)

Ik steek dus zo weinig mogelijk tijd in mij zorgen maken. Er is veel te veel om van te genieten. Eerst en vooral Lulu, die zo knuffelbaar was de afgelopen dagen, die puzzels begint te begrijpen, die al een beetje humor snapt, die zoveel harten blijft breken en dan Shih, die even een pauze nam van zijn verbouwing en daardoor veel bij ons kon zijn, de bezoekjes en steun van de grootouders, die ons zo graag zien en zo’n heerlijke lach op Lulu’s gezicht kunnen toveren, de tijd die ik kan en mag nemen voor mezelf en samen met Shih, de vele zonnige dagen in een maand die normaal gezien veel grauwer zou moeten zijn…

Het lijkt onlogisch, maar soms voel ik mij zo’n gelukzak. Mijn kind heeft kanker en toch is mijn leven zo mooi. Hoe kan dat nu? Ik zou iedereen hier op de afdeling dat gevoel willen toewensen. Maar ik besef dat niet alle ouders zoveel meevallers hebben als ons. Ons kind heeft zeer goede genezingskansen, ze ziet relatief weinig af, nooit erge complicaties gehad en we wonen op enkele minuten wandelen van de campus. I know, stom om te zeggen, maar dat doet veel…


Ik wil gewoon elke ouder die zoiets moet meemaken het allerallerbeste toewensen : kracht, doorzettingsvermogen, optimisme, hoop, geduld en vooral de vrolijkheid die er is om de kleine dingen. Een kuur zonder negatieve bijwerkingen, een kind dat terug begint te eten, een knuffel van iemand waar je het niet van verwachtte, de steun waar je niet om hoefde te vragen, een goed gesprek met een lotgenoot en nog veel meer… echt nog veeeeel meer…